Wat zegt het BMI bij bodybuilders?


Met de BMI (de Body Mass Index) kunnen we bepalen of we het gewicht hebben wat bij onze lengte hoort, en of dit gewicht wel of niet gezond is. Bij de formule achter het berekenen van de BMI is uitgegaan van de gemiddelde man en vrouw. Bodybuilders zijn geen gemiddelde man of vrouw, zij wijken sterk af van het gemiddelde door de grote hoeveelheid spiermassa ten opzichte van de hoeveelheid vetmassa. In dit artikel lichten we dit toe.

Wat zegt de BMI ons?
Aan de hand van de BMI kunnen we bepalen of iemand te zwaar is, te licht is of een gezond gewicht heeft. Als de BMI tussen de 18.5 en 24.9 ligt mag aangenomen worden dat iemand een gezond gewicht heeft. Een BMI tussen de 25 en 29.9 geeft overgewicht aan. Boven de 30 is er sprake van een ernstig overgewicht welke een direct gevaar voor de gezondheid oplevert. Bij een dergelijk overgewicht bestaat er een verhoogd risico op welvaartsziektes zoals diabetes type 2 en hart- en vaatziekten.

Voor de volledigheid geven we hier een opsomming van de gezondheidsrisico’s bij een BMI groter dan 30:

  • Diabetes type 2
  • Hart- en vaatziekten, te hoge bloeddruk
  • Longziekten
  • Klachten aan de gewrichten
  • Rugklachten
  • Verhoogde kans op bepaalde vormen van kanker
  • Verhoogde kans op depressies
  • Galstenen
  • Urine-incontinentie
  • Afname van de vruchtbaarheid (m/v)

Bij vrouwen kan overgewicht teven leiden tot menstruatieklachten en complicaties tijdens de zwangerschap. 

Bij een BMI lager dan 18,5 is er sprake van ondergewicht. Ondergewicht heeft ook nadelige gevolgen voor de gezondheid. Bij ondergewicht zal de weestand tegen ziekteverwekkers lager worden, zal men zich eerder moe voelen en is er meer kans op botbreuken. Bij vrouwen kan ondergewicht bovendien onvruchtbaarheid veroorzaken.

BMI berekenen
Het BMI wordt berekend aan de hand van een verhouding tussen het lichaamsgewicht en de lichaamslengte. Hier vindt de calculator waar mee je de BMI kan berekenen.

BMI bij bodybuilders
Bij het berekenen van de BMI wordt echter geen rekening gehouden met de verhouding tussen vetmassa en spiermassa. Bij mensen welke niet sporten maakt dat niet zoveel uit. Daar zal de verhouding tussen vetmassa en spiermassa altijd in een beperkte brandbreedte liggen waardoor er aan de berekening van het BMI vrij betrouwbare conclusies getrokken mogen worden. Bij bodybuilders is dat echter een heel ander verhaal. Zeker bij bodybuilders welke aan het droog trainen zijn.

Wat is droog trainen?
Bodybuilders welke aan het droog trainen hebben een extreem laag vetpercentage en hebben uiteraard veel spiermassa. Het droog trainen bij het bodybuilden is een fase in de trainingscyclus waarbij getracht wordt het vetpercentage omlaag te brengen. Dit wordt gedaan door de voeding en de training aan te passen. Bij het droog trainen worden minder calorieën gegeten dan men nodig heeft, hierdoor zal het lichaam vet gaan verbranden. Met name het aantal calorieën welke verkregen worden uit koolhydraten worden tijdens het droog trainen omlaag gebracht. Terwijl er wel gezorgd wordt voor veel eiwitten. Door de hoeveel koolhydraten omlaag te brengen wordt er lichaamsvet verbrand omdat het lichaam niet genoeg energie uit koolhydraten meer krijgt. Door voldoende eiwitten te eten wordt voorkomen dat er spiermassa verloren wordt.

BMI Arnold Schwarzenegger
Toen de bekende bodybuilder Arnold Schwarzenegger in 1967 de titel Mr. Universe won had hij een BMI van 31. Volgens de BMI berekening had Arnold Schwarzenegger obesitas toen hij zijn titel won. Op dat moment lag zijn lichaamsvetpercentage echter op slechts 6%, niet echt een vetpercentage wat hoort bij iemand met overgewicht.

Bij bodybuilders is er sprake van een grote spiermassa in plaats van een grote vetmassa. Omdat met het berekenen van de BMI hier geen rekening gehouden wordt ontstaat er een vertekend beeld. Het spreekt voor zich dat het hebben van veel spiermassa gezonder is dan het hebben van veel vetmassa.

Vetpercentages bodybuilders vs de gemiddelde Nederland

Tegenwoordig gaan bodybuilders nog verder in het omlaag brengen van hun vetpercentage. Voor belangrijke wedstijden worden doorgaans percentages onder de 3% nagestreefd. Ter vergelijking: de gemiddelde Nederlandse man heeft een vetpercentage tussen de 18 en 25%, de gemiddelde Nederlandse vrouw tussen de 25 en 31%. Voor mannen wordt een vetpercentage tussen de 14 en 17% als gezond beschouwd, voor vrouwen ligt dit tussen de 21 en 24%.

BMI bij extreme sporten
Bodybuilders zijn natuurlijk een extreem voorbeeld waarbij het berekenen van de BMI niets zegt over het al dan niet hebben van een gezond gewicht. Maar ook bij andere sporten kan het berekenen van de BMI een vertekend beeld geven. Over het algemeen kan gesteld worden dat de BMI een verkeerd beeld geeft bij sporters welke een zeer laag vetpercentage hebben, een hoog percentage spiermassa of een combinatie van beide. Zo kan bij marathonlopers lopers de BMI aangeven dat zij ondergewicht hebben, dit wil niet per echter niet te betekenen dat zij ongezond zijn.

Bij mensen welke een extreme sport zoals bodybuilding of marathonlopen doen zegt de berekening van het BMI dus niet veel over hun gezondheid. In deze gevallen kan men beter een huidplooimeting doen om, hiermee kan nauwkeurig het vetpercentage vast gesteld worden.